De opticien maakt twee opnamen van u met het gekozen montuur. Eén van het aangezicht en één van opzij. Met deze opnamen kan hij exact de positie van uw ogen bepalen ten opzichte van het nieuwe montuur en de stand van het montuur op uw gezicht.
Deze gegevens gebruikt de opticien vervolgens om uw glazen precies op de juiste plaats in het montuur te monteren.
 |  |